Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 1985
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 13 december 1985
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 1985, ECLI:NL:PHR:1985:2.
11. Met het bovenstaande heb ik niet willen betogen dat het billijk zou zijn de verzekeraar, ondanks de slechte betalingsgewoonte van de verzekeringnemer, zonder meer te veroordelen tot uitkering op de risicoverzekering over te gaan. Maar evenmin ben ik overtuigd van de juistheid van de afwijzende beslissing, nu in het ongewisse is gebleven of [eiser] , gelet op de ondoorzichtigheid van de op het overeengekomene toepasselijke algemene voorwaarden van E & L en de onvolledigheid van de aan [eiser] gezonden aanmaningen, wel wist, althans heeft moeten of kunnen begrijpen dat verzekering B. geen dekking bood zodra meer dan een maand na de vervaldag zonder betaling was verstreken ( [eiser] was, blijkens de door E & L in cassatie overgelegde aanvraagformulieren, van beroep winkelier). Vergelijk de arresten van Uw Raad, vermeld in Contractenrecht (Blei Weissmann) nr. 25.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25493d7efa9e87d48165b764dc43c27039fb0b89c586a9440c62f10575fbbe19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25493d7efa9e87d48165b764dc43c27039fb0b89c586a9440c62f10575fbbe19, en de alinea staat in dat document op bytes 13434 tot 14330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25493d7efa9e87d48165b764dc43c27039fb0b89c586a9440c62f10575fbbe19 | shasum -a 256