Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8903.
Ik kan niet inzien dat, zoals het middel stelt, het Hof met die redenering de tweede volzin van lid 6 van art. 9 Opiumwet miskent. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd de uitlevering van de in art. 9, zesde lid, Opiumwet bedoelde goederen te vorderen. Het niet gebruik maken van deze bevoegdheid sluit niet het wel gebruik maken van de — algemene (art. 141 Sv.) — bevoegdheid tot het verrichten van opsporingshandelingen uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10, en de alinea staat in dat document op bytes 13366 tot 13809.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10 | shasum -a 256