Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8903.

‘’dat het Hof naast een aanzienlijke geldboete een gevangenisstraf overeenkomstig de eis in eerste aanleg en hoger beroep passend acht omdat er gelet op de aangetroffen hoeveelheid cocaïne, de onaannemelijke redenen die verdachte heeft opgegeven voor zijn verblijf in Nederland en voor het bezitten van ƒ. 21.500,-- in contant geld, alsmede de verklaring van [betrokkene 5] van uit moet worden gegaan dat verdachte de cocaïne voor handelsdoeleinden aanwezig had, welke strafverzwarende omstandigheid in de door de Rechtbank opgelegde straf onvoldoende tot uitdrukking is gebracht’’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10, en de alinea staat in dat document op bytes 15023 tot 15630.