Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8903.
Deze redengeving is onvoldoende, zegt het middel, ook als men het op het telastegelegde feit (art. 2, lid 1, onder C Opiumwet) bedreigde strafmaximum daarbij in ogenschouw neemt. Het strafmaximum bedraagt ingevolge art. 10, lid 2, Opiumwet: een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, en een geldboete van de vijfde categorie (ƒ. 100.000,--), hetzij één van deze straffen. Ik stel voorop dat het Hof als feitenrechter vrij is om binnen de door de wet getrokken grenzen een straf op te leggen welke het Hof juist voorkomt. Het Hof mag rekening houden met bezwarende omstandigheden die bij het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk zijn geworden (HR 19-2-1985, DD 85.270). Tegen deze op feitelijke waardering berustende beslissing kan in cassatie niet met vrucht worden opgekomen. Welnu, het Hof is met de aan verzoeker opgelegde straf (ver) onder het strafmaximum gebleven, en heeft, naar het mij wil voorkomen, de verhoging van de straf ook naar de eis der wet met redenen omkleed. Ik wijs er voorts nog op dat in cassatie evenmin kan worden onderzocht of de opgelegde straf beantwoordt aan de ernst van het feit (HR 9-10-1984, DD 85.069). Het middel, waarin verder niet wordt vermeld waarom 's Hofs motivering van de straf onvoldoende is, acht ik niet gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10, en de alinea staat in dat document op bytes 15636 tot 16921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10 | shasum -a 256