Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1985, ECLI:NL:PHR:1985:AC8903.

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 17 september 1984 een vonnis van de Rechtbank te Amsterdam, waarbij ten laste van verzoeker bewezen is verklaard het tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 50 gram cocaïne, bevestigd, behoudens ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre opnieuw recht doende, heeft het Hof verzoeker veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr., en hem voorts een geldboete van ƒ. 20.000,--, subsidiair vier maanden hechtenis, opgelegd. Het Hof heeft voorts bevolen dat het inbeslaggenomen geld, ƒ. 21.500,--, aan verzoeker dient te worden teruggegeven. Verzoeker heeft zijn raadsman beroep in cassatie laten instellen, en die raadsman heeft bij schriftuur drie middelen van cassatie voorgesteld en toegelicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dac0a07d7e6c86fb41dc39d86d90e0913df660f52eb8eda2b31e1c3af3ecdc10, en de alinea staat in dat document op bytes 4244 tot 5103.