Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9446.

4. Anders zou het liggen indien de verkrijger (C) zou hebben verkregen krachtens vertegenwoordiging door zijn voorman (B), dus zoals wel is verdedigd: door constitutum possessorium. De kwade trouw van B zou dan aan C moeten worden toegerekend, zodat C niet beschermd wordt door art. 2014 BW. Zie echter HR 29 september 1961, NJ 1962, 14, met een kritische noot van Beekhuis. Afgezien van het kwade trouw-aspect geldt, dat bij onbevoegde levering door constitutum possessorium door houder (B) het bezit niet overgaat op C. Zie laatstgenoemd arrest (NJ 1962, 14) en Asser-Beekhuis 3-I (1985), nrs. 214 en 531. Ik laat dit verder daar, nu in de onderhavige zaak [verweerder] de auto niet door vertegenwoordiging of door constitutum possessorium heeft verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a, en de alinea staat in dat document op bytes 15384 tot 16233.