Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9446.

5. Wat nu het thans eerst te bespreken onderdeel 6 , zich richtend tegen r.o. 7 van ’s hofs arrest, betreft, dat onderdeel gaan ervan uit dat de omstandigheid dat [betrokkene 2] – bij het verzorgen van de overschrijving van het kentekenbewijs op naam [verweerder] optredend als diens gemachtigde – wist dat kopie deel III van het kentekenbewijs ontbrak en in die zin te kwader trouw was, meebrengt dat ook [verweerder] niet te goede trouw was, nu immers de kwade trouw van [betrokkene 2] als gemachtigde van [verweerder] aan laatstgenoemde moet worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a, en de alinea staat in dat document op bytes 16249 tot 16907.