Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9446.
10. Naar het mij voorkomt kan de Hoge Raad de vraag of [verweerder] in het onderhavige geval te goeder trouw is geweest – welke vraag mede feitelijke aspecten heeft – in die zin zelf beantwoorden, dat ook bij het uitgaan van een juiste rechtsopvatting inzake de goede trouw-eis van art. 2014 BW slechts kon worden beslist dat [verweerder] in casu inderdaad te goeder trouw was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a, en de alinea staat in dat document op bytes 35851 tot 36246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a | shasum -a 256