Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AB9446.

11. Als ik het goed zie doet de reputatie van de voorman (diens “bekendheid” in gunstige of ongunstige zin, waaraan HR 29 juni 1979, NJ 1980, 133 (r.o. 2, tweede alinea, tweede zin) betekenis heeft toegekend voor de goede trouw), [betrokkene 2], in het onderhavige geval niet ter zake. Zoals onderdeel 5 van het middel aanvoert heeft [eiser] gesteld dat [betrokkene 2] “niet als bonafide autohandelaar bekend stond”(arrest hof, r.o. 5). Het hof heeft die stelling klaarblijkelijk niet ter zake dienende geacht, nu daarin – volgens ’s hofs lezing van die stelling – niet besloten ligt dat de reputatie van [betrokkene 2] zodanig slechts was dat [verweerder] met een onbevoegd handelen door [betrokkene 2] bij voorbaat rekening moet houden. Op deze feitelijke en niet onbegrijpelijke beslissingen van het hof stuit onderdeel 5 af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc293fa3d4cca8c5e7b17d560bd8d97c045e01363e372a5b0ff6c3a0b007164a, en de alinea staat in dat document op bytes 36526 tot 37457.