Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1986
Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1986
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC3763.
De verzoeker èn [benadeelde] en diens echtgenote waren bij een broer van [benadeelde] in Utrecht op een feestje geweest. Verzoeker had bij die gelegenheid "gedronken" en sprak met [benadeelde] af, dat deze hem in zijn, verzoekers, auto, hem door zijn werkgever ter beschikking gesteld, naar huis zou brengen, te weten naar Arnhem. Al spoedig liep het mis. Tussen Zeist- Driebergen en Maarn vatte bij de verzoeker de gedachte post, dat de auto Arnhem allang gepasseerd was. Hij werd - zo zegt hij - ontzettend bang en dwong [benadeelde] de auto stop te zetten en deze met diens echtgenote, die meereed, te verlaten, door, kort gezegd, stukgeslagen bierflesjes tegen diens nek of hals te drukken en hem toe te voegen: "Mijn auto uit". Nadat dit, begrijpelijkerwijs, gebeurd was, heeft de verzoeker zelf achter het stuur plaatsgenomen en is hij gereden naar [A] , waar hij een vriend heeft gebeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d849903924aceb00d5b89ffb737d568084a88969d9323fd266830a91833bb2fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d849903924aceb00d5b89ffb737d568084a88969d9323fd266830a91833bb2fd, en de alinea staat in dat document op bytes 4914 tot 5822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d849903924aceb00d5b89ffb737d568084a88969d9323fd266830a91833bb2fd | shasum -a 256