Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9271.

Onder b wordt gesteld, dat het HMG ten onrechte voor het bewijs van feit 1 heeft gebezigd een passage uit de ter terechtzitting door requirant afgelegde verklaring, dat hij (kort gezegd) na het plegen van de valsheid twee keer geld van de rekening van de vrouw heeft opgenomen. Die verklaring zou niet redengevend voor het bewijs van de valsheid zijn. Ik zie dat niet in. Het is immers evident dat aan gebeurtenissen, die zich post factum hebben voorgedaan bewijs kan worden ontleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3e20cbd59f3ca89b8b271b826bf50d4386f0d85ffc2c52cfc5fb1e473a0ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3e20cbd59f3ca89b8b271b826bf50d4386f0d85ffc2c52cfc5fb1e473a0ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 10644 tot 11142.