Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9271.

In middel V wordt erover geklaagd, dat het HMG nagelaten heeft te responderen op het verweer, dat de vrouw niet een WW, maar een RWW-uitkering genoot. Het komt mij voor, dat deze grief niet tot cassatie hoeft te leiden, aangezien (daargelaten dat het HMG ‘’WW’’ anders zal hebben opgevat; zie hiervóór) dit onderdeel niet als essentieel voor deze telastelegging is te beschouwen (het gaat er immers slechts om, dat de vrouw een uitkering kreeg). M.a.w. zou dit bestanddeel niet bewezen zijn, dan zou daarvoor een afzonderlijke vrijspraak geïndiceerd zijn. De bewezenverklaring zonder dit onderdeel zou de veroordeling ook dragen. Voor de stelling, dat het hier een bijkomstigheid betreft verwijs ik o.m. naar HR 10 april 1984, NJ 1984, no. 768 en 22 november 1983, NJ 1984, no 805.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa3e20cbd59f3ca89b8b271b826bf50d4386f0d85ffc2c52cfc5fb1e473a0ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa3e20cbd59f3ca89b8b271b826bf50d4386f0d85ffc2c52cfc5fb1e473a0ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 11603 tot 12409.