Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986
Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9347.
Het komt mij voor dat hierin onvoldoende grond is voor loslating van de opvatting dat een rechterlijke uitspraak geen terugwerkende kracht heeft t.a.v. voldongen feiten in het verleden. Het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel werken hier, naar het mij voorkomt, ook in het voordeel van de Gemeente ; vergl. het hierna, nr. 17, te geven citaat uit een arrest van het Europese Hof van Justitie. Daaraan doet niet af dat, zoals het hof in r.o. 3.4 overweegt, "de meningen" over de Hoogeloon-doctrine reeds voor de A.R.-jurisprudentie van 1 september 1977 en later, "sterk verdeeld" waren. De Gemeenten mochten in hun beleid en bij de inrichting van hun financiën uitgaan van hetgeen de Hoge Raad had beslist, zolang op die beslissing niet door de wetgever, door de Hoge Raad zelf of .... door de A.R. was teruggekomen. Die beslissing formuleerde geldend recht ; al dan niet "sterk verdeelde meningen" te dien aanzien zijn zonder betekenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 39982 tot 40978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7 | shasum -a 256