Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9347.

In r.o. 3.1-3.4 zegt het hof dat de door de Gemeente in het onderhavige geval opgelegde en ontvangen vergoeding moet worden beoordeeld naar de naderhand veranderde rechtsopvattingen dienaangaande, zoals blijkende uit rechtspraak van de Afd. Rechtspraak van de Raad van State (A.R.), zodat het vertrouwen van de Gemeente op HR 2 februari 1966, NJ 1966, 415 (N.J.P.), ARB 1966, 579 (J.R.St.), BR 1966, p. 266, AA 1967, p. 137 (Prins), het Hoogeloon-arrest, rechtens niet wordt beschermd. Hiertegen richten zich de klachten van middel IV .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 12064 tot 12688.