Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 mei 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9347.
In r.o. 5.1 kiest het hof vervolgens veronderstellenderwijze een subsidiair uitgangspunt, nl. voor het geval zou moeten worden aangenomen dat de vergoeding door [verweerder] niet op grond van een nietige privaatrechtelijke overeenkomst is betaald. In de r.o. 5.2-5.6 wordt nagegaan wat het resultaat zou zijn geweest indien [verweerder] "de administratieve weg" zou hebben bewandeld teneinde de beschikking van de Gemeente , vervat in de brief dd. 13 juni 1977, te doen vernietigen. Volgens r.o. 5.1 j° r.o. 5.6 zou dat geen verschil hebben gemaakt: de "administratiefrechtelijke procedure" zou, volgens beide partijen, ook tot vernietiging van bedoelde beschikking hebben geleid en het feit dat [verweerder] die weg niet heeft bewandeld belet hem niet thans in een procedure voor de "gewone" rechter het betaalde als onverschuldigd terug te vorderen. Deze redenering van het hof wordt aangevallen door het grotendeels uit motiveringsklachten bestaande middel III .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 13157 tot 14211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c0f2d917d0dcac9d58ca08ebd064888bc66ff7f86af007c2ae6d8a2ed2ae7 | shasum -a 256