Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9608.
In middel IIIA wordt betoogd, dat het Hof het verweer, dat het niet vermelden van "zekerheden" in de algemene credietovereenkomsten geen valsheid in geschrift zou kunnen opleveren enz. niet op voldoende wijze heeft weerlegd. Het Hof heeft (kort gezegd) gesteld, dat het niet vermelden daarvan onder omstandigheden zo essentieel kan zijn, dat de strafrechter oordeelt, dat zulks valsheid oplevert. Het Hof denkt hier kennelijk aan credietovereenkomsten, waarbij de partijen er op rekenen (mogen) dat deze worden vermeld, bijv., omdat het algemeen gebruikelijk is dat dit geschiedt. Ik wijs in dit verband ten overvloede naar p. 47 en 48 van het rapport van de deskundige drs. R. Smit, R.A. Zulks impliceert uiteraard, dat het Hof daarbij de mogelijkheid veronderstelt, dat de Bank te kwader trouw zal zijn geweest, zij het dat het college terecht in het onderhavige stadium de beantwoording van die vraag evenals de overige concrete "invulling" van deze mogelijkheid aan het vonnisgerecht heeft overgelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce54819f864be35293700759971190156ab024c0ed91d661dc80a382e50f1f3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce54819f864be35293700759971190156ab024c0ed91d661dc80a382e50f1f3d, en de alinea staat in dat document op bytes 9770 tot 10789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce54819f864be35293700759971190156ab024c0ed91d661dc80a382e50f1f3d | shasum -a 256