Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 augustus 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9608.

In middel V stelt requirant, dat het Hof requirant buiten vervolging had moeten stellen voor de telastegelegde feiten c. en q., aangezien deze, evenals de feiten k. en p., ( integraal , bedoelt requirant blijkbaar) zijn begaan nadat requirant door zijn ontslag bij de Bank zijn machtspositie in de credietcentrale had verloren. Ik meen, dat requirant dit punt niet voor het eerst in cassatie kan aansnijden. Het betreft hier een kwestie, ter beoordeling waarvan men de feiten moet bestuderen en waarderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce54819f864be35293700759971190156ab024c0ed91d661dc80a382e50f1f3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce54819f864be35293700759971190156ab024c0ed91d661dc80a382e50f1f3d, en de alinea staat in dat document op bytes 13588 tot 14142.