Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 september 1986

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 10 september 1986

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 september 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AD7440.

De eerste vraag die men ook hier moet stellen is, of deze feiten zijn vermeld in de in art. 2 van het verdrag opgenomen lijst, en of deze wederzijds strafbaar zijn gesteld. Dat is het geval wat de eerste 14 feiten betreft. Voorzover de omschrijving ‘’unlawfully and malicious wounding with intent tot do grievous bodily harm, or with intent to resist or prevent the lawful apprehension or detainer’’, niet valt onder 3 van de lijst, is van toepassing de laatste alinea van art. 2 van het verdrag. In Nederland is zo'n feit in elk geval mishandeling; in het VK is van toepassing section 18 Offence against the person act 1861. De feiten die op de vuurwapens betrekking hebben komen niet op de lijst voor, en kunnen ook niet langs deze weg van de laatste alinea van art. 2 worden ‘’binnengehaald’’. Daartoe is de straf die op deze feiten staat — 3 maanden gevangenisstraf — te gering. De UW, die tenminste een vrijheidsbeneming eist van 1 jaar (zie art. 5 UW) laat dit niet toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd4808deccdd21ceecad623a6b803682c08473d57f6855c78525c63578aa0fe4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd4808deccdd21ceecad623a6b803682c08473d57f6855c78525c63578aa0fe4, en de alinea staat in dat document op bytes 11625 tot 12634.