Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987, ECLI:NL:PHR:1987:2.
‘’Ingeval de moeder een als lening aangeduide geldverstrekking tot stand brengt in een (sterk) verliesgevende dochter, zonder welke geldverstrekking de dochter genoodzaakt is haar verdere activiteiten te staken, is veelal eveneens in wezen sprake van een informele kapitaalinbreng. Dit zal zich bijv. voordoen in het geval waarin de dochter een negatief vermogen heeft en met de aldus ontvangen bedragen vrijelijk haar overige crediteuren voldoet, waardoor de moeder in feite permanent postconcurrent en dus risicodragend kapitaal heeft ingebracht. Onder deze omstandigheden heeft de moeder immers als aandeelhoudster gehandeld en neemt zij niet de posities van creditrice in. Een aldus verrichte kapitaalinbreng dient eveneens op de kostprijs c.q. boekwaarde van de deelneming te worden bijgeboekt, terwijl veelal - in verband met de slechte vermogenspositie van de dochter - gelijktijdige gedeeltelijke of gehele afboeking van dit bedrag zal plaatsvinden; een dergelijke afboeking is echter een niet aftrekbaar negatief voordeel uit de deelneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263, en de alinea staat in dat document op bytes 47350 tot 48683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263 | shasum -a 256