Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987, ECLI:NL:PHR:1987:2.

‘’De praktijk heeft sinds de invoering van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 geleerd dat - vooral in buitenlandse verhoudingen - op grond van louter fiscale motieven een masse de manoeuvre in leenfinancieringen van dochtermaatschappijen is ontstaan. In vele gevallen en tot (zeer) grote bedragen wordt vermogen, dat feitelijk en duurzaam in de risicodragende, en veelal in de verliesgevende, sfeer door de dochtermaatschappijen wordt aangewend, gestoken in het juridische gewaad van een vordering op de dochter, waardoor - anders dan bij financiering met aandelenvermogen - tegenvallende en verliesgevende aktiviteiten van de dochters zich mede manifesteren in een extra verliesverrekeningsmogelijkheid bij de moeder door afwaardering van haar vordering op de (buitenlandse) dochter. Ondergetekende is ….. van oordeel dat aan deze, de Nederlandse schatkist onevenredig hoge bedragen aan vennootschapsbelasting kostende, situatie een einde moet komen ....'' (blz. 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263, en de alinea staat in dat document op bytes 13020 tot 14013.