Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987, ECLI:NL:PHR:1987:2.
‘’Aandacht verdient het dat de H.R. in het geheel niet werkt met het begrip schijnhandeling, zoals in feite de r.v.b. doet; deze immers beslist dat de medecontractant ‘niet als derde-geldschieter kan worden beschouwd’. Als men vraagt wat die medecontractant dan wel is, kan er - in het kader van deze uitspraak - maar één antwoord zijn en dat is ‘aandeelhouder’. Daarin ligt de zwakte van de uitspraak van de r.v.b., want hoezeer men ook zijn best gedaan heeft om deze medecontractant gelijke rechten als een aandeelhouder te geven, echt aandeelhouder is hij beslist niet geworden; het aandeelhouderschap in een n.v. is nu eenmaal een constitutief begrip dat men slechts kan verwerven in overeenstemming met de regelen van het W.v.Kh.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263, en de alinea staat in dat document op bytes 22601 tot 23363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263 | shasum -a 256