Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 1987, ECLI:NL:PHR:1987:2.
‘’Ook de gestrande poging van de toenmalige bewindslieden om aan art. 9 van het wetsvoorstel dat tot de Wet Vpb. 1969 heeft geleid een tweede lid toe te voegen waarin onder meer achtergestelde geldleningen van aandeelhouders met kapitaalverstrekking werden gelijkgesteld, brengt in vorenstaande conclusie (de conclusie dat een zelfstandige fiscaalrechtelijke kwalificatie van de feiten naar huidig recht al mee kan brengen dat hetgeen zich presenteert als vreemd vermogen voor de toepassing van de Wet Vpb 1969 moet worden gekwalificeerd als eigen vermogen, V.) geen wijziging. Verworpen is door de Tweede Kamer de gedachte dat er een zekere maximaal toelaatbare verhouding vreemd ten opzichte van eigen vermogen moet zijn. De vrijheid om dochtermaatschappijen met vreemd vermogen te financieren is door de Tweede Kamer uitdrukkelijk erkend. Dit alles betekent echter niet dat de Tweede Kamer zou hebben bedoeld dat de civielrechtelijke presentatie ook fiscaalrechtelijk steeds gevolgd moet worden'' (blz. 4487).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263, en de alinea staat in dat document op bytes 25763 tot 26793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34326be8a398b04dc90395c307e860c514f3df28bf2d6ad8271359050fef0263 | shasum -a 256