Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1987

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1987

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1987, ECLI:NL:PHR:1987:AB9113.

16. Het hier verdedigde standpunt, dat wat iemand als zijn godsdienstige overtuiging belijdt vanuit het besef dat dat haar/zijn plicht is niet onrechtmatig kan zijn jegens wie — als ongelovige — die overtuiging niet deelt en bovendien en bovenal door de rechter niet mag worden gewaardeerd op de wijze waarop hij die uitlating — ware zij van profaan karakter — zou moeten waarderen — met name op haar gehalte aan (on)rechtmatigheid, (on)betamelijkheid in het maatschappelijk verkeer jegens anderen — acht ik in elk van zijn drie onderdelen onjuist en daarmede is gegeven dat in mijn opvatting het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1cea17e89d6ce8cdc282577002daa4d43f3459e6447657f53931ed3a1fb2101. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1cea17e89d6ce8cdc282577002daa4d43f3459e6447657f53931ed3a1fb2101, en de alinea staat in dat document op bytes 13562 tot 14198.