Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 januari 1987

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 13 januari 1987

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 januari 1987, ECLI:NL:PHR:1987:AC9656.

Duidelijk is dat het hier niet gaat om de situatie tijdens onderhandelingen om tot Sluiting van het Verdrag te komen. Maar als gebleken is tijdens de gelding van het verdrag dat de andere Staat niet beantwoordt aan de normen, die beslissend zijn voor het al dan niet sluiten van Verdragen, is toch onaanvaardbaar dat de Nederlandse Staat zo'n Verdrag niet daarom opzegt, maar de rechter voor de welhaast onmogelijke opgave stelt, de al dan niet toelaatbaarverklaring van elk individueel uitleveringsverzoek ten gronde te beoordelen op de vraag of in redelijkheid te verwachten is dat de uit te leveren persoon, wordt hij uitgeleverd, deelachtig zal worden — bij vervolging en/of bestraffing — aan een behandeling in strijd met de mensenrechten neergelegd in de Verdragen van Rome en New York.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38b7626153202761884a1398f37d72513b3234d4587f7b7dad1f56454ed5c408. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38b7626153202761884a1398f37d72513b3234d4587f7b7dad1f56454ed5c408, en de alinea staat in dat document op bytes 16813 tot 17774.