Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987, ECLI:NL:PHR:1987:AD3749.
‘’Het hof is van oordeel dat deze vraag ontkennend beantwoord dient te worden. Weliswaar kan aan een aantal van de in de CAO opgenomen bepalingen na afloop van de geldingsduur van de CAO nawerking worden toegekend, doch deze nawerking betreft slechts die bepalingen, die door haar normatieve werking van kracht blijven in de individuele arbeidsovereenkomsten, welke bij het aflopen van de CAO de verhouding tussen de werkgever en de werknemer blijven beheersen. Naar het hof voorkomt kan het beginsel van vertegenwoordiging van de Bond, dat aan de CAO ten grondslag ligt, niet mede zijn overgegaan op de individuele arbeidsovereenkomsten tussen werkgever en werknemer. Dit betekent dat in feite slechts de individuele werknemer jegens zijn werkgever, i.c. de ALM, een vordering op grond van de arbeidsovereenkomst kan instellen, en dat de Bond, wiens rol als contractspartij rechtens is uitgespeeld, zulks niet kan doen. De Bond zal derhalve niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in zijn vordering.’’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e, en de alinea staat in dat document op bytes 11966 tot 12992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e | shasum -a 256