Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 1987, ECLI:NL:PHR:1987:AD3749.
Wat betreft het vonnis van de eerste rechter, het komt mij voor dat de vraag naar de ontvankelijkheid van FTA geen nawerkingsvraag is. Van de juistheid van r.o. 17, dat de nawerking (van bepalingen van een geëindigde CAO) beperkt blijft tot bepalingen die — kort gezegd — binnen de individuele arbeidsovereenkomsten blijven gelden, kan, wat mij betreft, wel worden uitgegaan, maar dat punt doet m.i. niet ter zake. De op r.o. 17 voortbouwende r.o. 18 volgt dan ook een verkeerd spoor. Natuurlijk is het ‘’vertegenwoordigings’’-recht van de vakbond niet overgegaan op de individuele arbeidsovereenkomsten; hoe zou men zich dat moeten voorstellen? Het recht van FTA om met een op de CAO steunende vordering tegen AGCA op te treden berust niet op de ‘’normatieve’’, of andersoortige, werking van de desbetreffende CAO-bepalingen, in het algemeen gezegd: niet op de inhoud van de CAO, maar op de positie van FTA als CAO- contractspartij van AGCA, d.w.z. — in termen van Nederlands recht — op art. 1374 lid 1 BW jo art. 1 Wet CAO. Het enkele feit dat FTA met AGCA een rechtsgeldige CAO heeft gesloten is een voldoende grondslag voor de ontvankelijkheid van FTA in haar tot nakoming van die CAO strekkende vordering tegen AGCA. Haar belang bij die vordering, voor zover voor haar ontvankelijkheid vereist, is met die positie van contractspartij gegeven. FTA mag van AGCA nakoming vorderen. Daarbij zij genoteerd, dat een collectieve arbeidsovereenkomst geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 1637a BW is. Een CAO is een arbeids voorwaarden overeenkomst, die niet recht geeft op betaling van loon maar op toepassing van o.a. bepaalde loonregelingen in de individuele arbeidsovereenkomsten. Dienovereenkomstig is de vordering van FTA in de onderhavige zaak opgezet. Die vordering beoogt toepassing van de loonindexering in de individuele arbeidsovereenkomsten. FTA vordert niet een haar zelf uit te betalen bedrag. Zij vordert nakoming van een onderdeel van een arbeidsvoorwaardenovereenkomst. Daarbij baseert zij zich op wat de ‘’obligatoire werking’’ van de CAO wordt genoemd: de CAO als bron van rechten en verplichtingen voor de contractspartijen zelf. Art. 8 Wet CAO verplicht een vereniging die een CAO heeft aangegaan, te bevorderen in de mate als de goede trouw medebrengt, dat haar leden hun CAO-verplichtingen nakomen; de vereniging staat voor haar leden slechts in voor zover zulks in de CAO is bepaald. FTA kan dus AGCA aanspreken tot nakoming van haar ‘’bevorderingsplicht’’ uit art. 8. Zie verder art. 15 Wet CAO over het recht op schadevergoeding. Vergl. de corresponderende bepalingen van art. 7.11.8 en 7.11.15 ontwerp-NBW, alsmede de toelichting daarop en de M.v.T. en het Verslag met de M.v.A. op art. 8 Wet CAO (zitting 1926–1927, nrs. 166.3, p. 5–6 en 166.4, p. 16–20). Ik laat nu daar dat de term ‘’arbeidsvoorwaardenovereenkomst’’ de CAO niet volstrekt zuiver typeert; zie de losbladige ‘’Arbeidsovereenkomst’’, Wet CAO, aant. 3 op art. 1. Voor de diverse onderlinge rechtsverhoudingen bij een CAO verwijs ik naar diezelfde losbladige, aant. 3 op art. 4, met het schema onder d; Bakels in ‘’Hedendaags arbeidsrecht’’ (Levenbach-bundel, 1966), p. 19–21 (met noot 16) en 23 (de vakvereniging kan de individuele werkgever aanspreken tot nakoming).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e, en de alinea staat in dat document op bytes 14123 tot 17624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc81545d2fc6ea4641b155dd6788a3c4bb7e8cf06cac61f9f044136d47714d7e | shasum -a 256