Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988, ECLI:NL:PHR:1988:13.
5.6 Laatstbedoelde Nota kreeg met ingang van 1 januari 1973 een meer fundamentele uitwerking in de Wet van 16 november 1972, Stb. 613. Daarin werd een regeling opgenomen (in art. 5) waarbij de gehuwde vrouw zelfstandig werd belast voor inkomsten uit tegenwoordige arbeid en winst uit eigen onderneming, waaronder begrepen een - forfaitair vast te stellen - winstaandeel ter zake van meewerken in de onderneming van de echtgenoot. Dit laatste werd in art. 5 lid 2 van het begin af aan sexeneutraal geformuleerd (onderneming van de echtgenoot). Weliswaar was het de bedoeling fiscale belemmeringen tegen arbeid buitenshuis van de gehuwde vrouw weg te nemen (Tweede Kamer Zitting 1971-1972 - 11 879, nr. 3, blz. 12/13 en MvA, nr. 7 blz. 24), maar toch bleef ook hier een verschil, namelijk in de belastingvrije voet, welke voor de vrouw lager was dan voor de man: zij kon immers terugvallen op diens inkomen. Hierbij speelde weer het draagkrachtbeginsel een leidende rol (vgl. MvT blz. 12/13 en MvA blz. 25).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b, en de alinea staat in dat document op bytes 11982 tot 13000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b | shasum -a 256