Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988, ECLI:NL:PHR:1988:13.

6.1.1 Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis bestond er in de regeling van art. 5 zoals deze gold in 1981 een ongelijkheid welke in 1984 en vooral in 1985 voor een niet onbelangrijk deel werd opgeheven. De wetgever had de keus tussen een op volledige individualisering gebaseerd belastingstelsel dan wel voor verdere uitbouw van de op het draagkrachtbeginsel gebaseerde "gezinsbelasting". De wetgever koos voor het laatste door in belangrijke mate samenwoning buiten huwelijk gelijk te stellen met huwelijkse samenwoning en aldus een grotere gelijkheid te scheppen. In de punten 6.2.2 en 6.2.3 hierna kom ik daar nog uitvoerig op terug. De ongelijkheid tussen gehuwden en samenwonende ongehuwden, zoals deze in 1981 bestond, betrof naar mijn mening niet de gelijkwaardigheid van mensen of was althans geen discriminatie op grond van ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst of maatschappelijke afkomst als bedoeld is in art. 4, lid 1, IVBP waarvoor onder (vrijwel) geen enkele omstandigheid een rechtvaardigingsgrond kan worden aangevoerd (zie de punten 3.2.7 en 3.3.5 sub a hiervóór).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b, en de alinea staat in dat document op bytes 15869 tot 16970.