Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 1988, ECLI:NL:PHR:1988:13.

6.1.3 De legitieme doelstelling welke hier het meest in het oog springt is die van de doelmatigheid of, zo men wil, de uitvoerbaarheid (zie de punten 3.3.10 en 3.3.11). De daarop betrekking hebbende argumenten uit 1962/1963 (zie punt 5.4) en 1971/1972 (zie punt 5.6 slot) waren bepaald niet zonder grond, zoals naar ik heb begrepen de uitvoeringspraktijk van de nieuwe wetgeving van 1984/1985 inmiddels heeft uitgewezen. De fiscus lijkt veelal slechts de keus te hebben tussen een intensieve, dus kostbare, controle, welke nauwelijks uitvoerbaar lijkt zonder inbreuk te maken op de privacy, of het beoordelen van de situatie op louter formele criteria zonder (al te veel) inhoudelijke controle, met alle fraudegevoeligheid van dien. Zie ook mijn opmerkingen in eerder vermeld preadvies, blz.79/80 en het aldaar door mij voorgestelde "redelijk alternatief". Onder deze omstandigheden kan de handhaving van het verschil een redelijke grond hebben, vgl. ook HR 27 april 1984, NJ 1984, 513 met de daaraan voorafgaande conclusie van mijn ambtgenoot Van Soest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc69340b79b37d0c5691dd473be3d9fccaa866f3f161eb6a094bb8804d21a88b, en de alinea staat in dat document op bytes 18523 tot 19590.