Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:13.

3.4 Ik vraag mij af of de verschillen met het beleggingsfonds Union II (zie de genoemde arresten BNB 1968/81 en BNB 1970/131) van zodanige aard zijn, dat i.c. niet van een maatschap zou kunnen worden gesproken. Vgl. bijv. HR 6 februari 1935, B. 5795, NJ 1935, blz. 1513, nt. E.M.M. inzake de toepassing van art. 1 van de Wet op de Dividend- en Tantièmebelasting. Het betrof een lichaam zonder rechtspersoonlijkheid met een afgezonderd vermogen, beheerd door anderen dan de deelgerechtigden, waarbij wisseling van gerechtigden mogelijk was door de enkele overdracht van de aandeelbewijzen. De HR overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3, en de alinea staat in dat document op bytes 15995 tot 16613.