Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:13.

‘’Achter de kwalificatie ‘’doelvermogen'' voor het onderhavige beleggingsfonds kan naar mijn mening echter een vraagteken worden gezet. A.J. van Soest heeft in zijn aantekening onder HR 10 januari 1968, FED Reg.: Art. 46:3 opgemerkt dat ‘’participatie in een vermogen'' in strijd is met het karakter van doelvermogens. Ik onderschrijf deze mening. Van een participatie in een vermogen is in het onderhavige geval stellig sprake. Bij iedere participant berust een deel van het economisch belang bij het bijeengebrachte vermogen. Op de vraag of dit noodzakelijkerwijze leidt tot de conclusie dat sprake is van een maatschap (vennootschap) ga ik thans niet verder in. Ik verwijs volledigheidshalve naar de hiervoor aangehaalde arresten en naar het artikel Het Beleggingsfonds (maatschap of participatie-overeenkomst?) van prof. mr. E. Cohen Henriquez In WPNR 5130.''

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3, en de alinea staat in dat document op bytes 17578 tot 18466.