Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:13.

3.8 Ik zie ook geen principiële tegenstelling tussen het begrip doelvermogen en participatie-overeenkomsten of potovereenkomsten. In Personenassociaties (losbl.), Onderdeel I Burgerlijke maatschap, Hfdst. I, par. 3 aant. 6 (W.J. Slagter) wordt de participatieovereenkomst gedefinieerd als de overeenkomst krachtens welke de ene partij op enige wijze deelt in de winsten van de andere partij. Een potovereenkomst wordt t.a.p. gedefinieerd als de overeenkomst krachtens welke enige partijen zich verbinden de door hen individueel gemaakte winsten in een pot te stoppen met de afspraak deze pot (‘’pool'') volgens een bepaalde sleutel - anders dan de basis van de inbreng - tussen hen te verdelen. Hoewel zulks bepaald niet uit de definities volgt, lijkt het mij niet uitgesloten, dat onder bepaalde omstandigheden de hier bedoelde overeenkomsten tot het ontstaan van een doelvermogen kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ce67087952abdb133f3ca44dc87225e6d4c426198fa2a68d97036bc94dffb3, en de alinea staat in dat document op bytes 19395 tot 20309.