Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989, ECLI:NL:PHR:1989:2.

Met betrekking tot de vraag of voldaan is aan de voorwaarde van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, voor zover hier van belang, dat “de zaak” is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, wordt overwogen dat naar Ons oordeel de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten (minstens) even zovele “zaken vormen in de zin van genoemd artikel als er letters liggen op de reeksen a t/m q en a t/m f. Daaraan doet Onzes inziens – in tegenstelling tot het oordeel van de officier van justitie – niet af, dat terzake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten sprake zou zijn van één feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht, die feiten gelijkelijk het afschermen tegenover de fiscus van “zwarte” waarden ten doel zouden hebben gehad en onder de 2 ten laste gelegde feiten even goed onder 1 ten laste gelegde zouden kunnen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29, en de alinea staat in dat document op bytes 7076 tot 7963.