Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989, ECLI:NL:PHR:1989:2.
4. In het licht van deze wetshistorie ligt het voor de hand bij de toepassing van artikel 519a Sv bij partiële vrijspraken, enz., aan te knopen bij de regeling van het partiële hoger beroep en cassatie bij gevoegde zaken (artikelen 404, 407 en 427 e.v. Sv). Kort gezegd komt de regeling erop neer dat bij primair/subsidiair en bij alternatief telastgelegde feiten sprake is van één zaak, terwijl impliciet en expliciet cumultatief telastegelegde feiten twee of meer zaken zouden opleveren. Hierbij komt het aan, in beginsel, op de aan de feitenrechter voorbehouden, uitleg van de dagvaarding. Zie over deze kwestie met name mr. D.H. de Jong, Partieel appel bij gevoegde zaken in Verkeersrecht, 1979, p. 97. In deze voorstelling meen ik dat niet gezegd kan worden dat de vice-president is uitgegaan van een verkeerde opvatting omtrent het begrip zaak, door de telastelegging uit te leggen zoals hiervoor beschreven. Ik voeg hieraan toe dat, naar mijn mening, het telastgelegde opdracht of feitelijke leiding geven, aan de gegeven uitleg (zoveel zaken als er letters liggen) niet afdoet. Kortheidshalve moge ik verwijzen naar mijn conclusie vóór HR 16 dec 1986 NJ 1987, 321 m.nt. ’t H..
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29, en de alinea staat in dat document op bytes 12133 tot 13338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29 | shasum -a 256