Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989, ECLI:NL:PHR:1989:2.
6. Begrijp ik de officier van justitie goed dan heeft naar zijn oordeel “zaak” in artikel 591a Sv de betekenis van het materiële gebeuren, het ene strafrechtelijke verwijt dat de verdachte wordt gemaakt, hier het leiding geven aan verboden gedragingen, en de reactie daarop: het onderwerp van het strafrechtelijk onderzoek door de officier van justitie en door de rechter ter zitting. In zijn visie doet niet terzake de min of toevallige bewoordingen van de dagvaarding, maar zal moeten worden beoordeeld of aan de telastegelegde feiten één of meer feitencomplexen ten grondslag liggen. Is dat het geval, dan zal sprake zijn van één of meer zaken. Ik wijs daarbij op de redactie van de dagvaarding die, begrijp ik de verwijzing door de officier van justitie naar artikel 68 Sr goed (ik laat in het midden of deze opvatting van artikel 68 wel juist is), toegesneden is op één verwijt, een voortdurend delict, te weten het achterwege laten maatregelen te nemen (HR 16 dec. 1986, 321) over een langere periode. Het resultaat van het onderzoek ter zitting is geweest een veroordeling, zodat “de zaak” niet zou zijn geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29, en de alinea staat in dat document op bytes 14524 tot 15714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29 | shasum -a 256