Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989, ECLI:NL:PHR:1989:2.
Deze uitleg stemt overeen mede ratio van de bepaling te weten de gemaakte kosten voor de raadsman te vergoeden van de verdachte die vrijuit gaat. Niet de dagvaarding maar de verdediging is dan het uitgangspunt. Het is dan aan de rechter om na te gaan of de verdediging zich op de afzonderlijk telastegelegde feiten heeft geconcentreerd danwel op een het gehele feitencomplex omvattend aspect. Ik denk voor de onderhavige zaak aan bijvoorbeeld het telastegelegde leidinggeven, of aan de wijze waarop het bewijsmateriaal is verzameld. Met deze gedachte stemt overeen dat in zaken waarbij een aantal samenhangende feiten worden telastegelegd, niet meer dan één toevoeging wordt afgegeven. Vgl. MvT op art. 591a, Wet van 28 maart 1963, Stb 130 . Het komt mij voor dat de wetgever voor wat betreft de honorering van de advocaat derhalve ziet op de zaak zoals deze ter zitting in zijn geheel wordt behandeld, en niet let op de inhoud der dagvaarding en met name niet op de te onderscheiden onderdelen daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29, en de alinea staat in dat document op bytes 18154 tot 19238.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29 | shasum -a 256