Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 1989, ECLI:NL:PHR:1989:2.

Schending van het recht, in het bijzonder artikel 591a Sv., doordien de vice-president in de bestreden beslissing de vraag of voldaan is aan de voorwaarde van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, dat “de zaak” is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, beantwoordt in deze zin, dat hij van oordeel is dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten (minstens) even zovele “zaken” vormden in de zin van genoemd artikel als er letter liggen op de reeksen a t/m q en a t/m f, zulks ten onrechte omdat “de zaak” in genoemd artikel de betekenis heeft van rechtsgeding en het daaraan voorafgaande gerechtelijk vooronderzoek (verzekering en voorlopige hechtenis daaronder begrepen) en er derhalve geen plaats is voor een onderscheiding in afzonderlijke feiten of zaken, in de betekenis die daaraan is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af28b5ce65c5302aa0de3d2ddaf628de922b977a57055efd86c31f7fd1534c29, en de alinea staat in dat document op bytes 19359 tot 20207.