Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0613.

3.4. Het aan art. 1376 BW ten grondslag liggende beginsel dat C niet gebonden is aan een contract A/B, werd zichtbaar in HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760 (CJHB en WMK), over de werking van een kettingbeding. Het hof had, aldus de Hoge Raad, op grond van de enkele kenbaarheid voor de koper (het Eilandgebied) van de inhoud van het geding en het niet doorgeven daarvan door de verkoper (AR-CU NV) aan de koper, alsmede op grond van het dreigen van schade, de koper aan het beding gebonden geacht als ware dit beding aldus door de koper aanvaard. Dit is, zo beslist de Hoge Raad, in strijd met het obligatoire karakter van het beding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7, en de alinea staat in dat document op bytes 11787 tot 12428.