Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0613.

4.5. Het hof gaat echter verder en kent betekenis toe aan de onduidelijkheid van de juridische situatie ten tijde van de aankoop door SBB. Als ik het goed zie bedoelt het hof, dat het (ook voor SBB) toen nog niet zeker was dat de polder wanprestatie pleegde en dat de pretenties van [eisers] gerechtvaardigd waren. Anders gezegd: het hof is van oordeel dat SBB rekening mocht houden met de mogelijkheid (kans) dat de polder uiteindelijk zou blijken met de verkoop en overdracht aan SBB in het geheel geen wanprestatie te hebben gepleegd. Het is duidelijk dat deze omstandigheid een indicatie tegen onrechtmatigheid is. Daar voegt het hof dan een tweede contra-indicatie aan toe: van samenspanning is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7, en de alinea staat in dat document op bytes 17496 tot 18259.