Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0613.
5.3.1.3. Het komt mij voor dat het hof de hier bedoelde stellingen van [eisers] heeft verdisconteerd in de bestreden r.o. 27 en die stellingen dus niet buiten beschouwing heeft gelaten. Het hof was niet gehouden op iedere concrete stelling van [eisers] met zoveel woorden in te gaan. Het beroep op uitlokking en op de (veel) hogere prijs zijn “essentiële” stellingen, maar het hof heeft die stellingen, zonder ze expliciet te vermelden, in een afweging betrokken waarbij voor het hof de wèl beschreven omstandigheden de doorslag hebben gegeven in het voordeel van SBB. Zie hierboven, onder 4.3-4.6. Naar mijn mening is ‘s hofs motivering op dit punt wel aan de summiere kant maar - ik zeg het niet zonder aarzeling - niet lijdend aan een fataal gebrek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7, en de alinea staat in dat document op bytes 23545 tot 24318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/192bc5998a1344586580fcf17fc534784d34c79784f35771508a6ce76af8bbe7 | shasum -a 256