Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1989

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1989

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD0621.

Mr. ing. J. Regoort, advocaat te Almelo heeft bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt aangevoerd dat het gebezigde bewijs (kennelijk alléén met betrekking tot feit 2) op onrechtmatige wijze was verkregen. De toelichting op het middel, die naar haar aard bedoelt het middel te verduidelijken, heeft mij niet geheel duidelijk gemaakt op grond waarvan de bewijsgaring onrechtmatig was. Het forceren van de voordeur en tegen de wil van de rechtmatige bewoner betreden van de woning door 5 a 6 opsporingsambtenaren lijkt op zich niets onrechtmatigs in te houden nu de opsporingsambtenaren in het bezit waren van een bijzondere schriftelijke last tot binnentreden van de woning. Dat men - zoals in het proces-verbaal van binnentreden vermeld - van ongeveer 14.10 uur tot 16.00 uur in deze kleine woning is geweest, betekent uiteraard niet - zoals de toelichting op het middel wil - dat de opsporingsambtenaren onrechtmatige uitbreiding hebben gegeven aan hun bevoegdheid, gegrond op artikel 9, lid 3 en 6 van de Opiumwet en er een - verboden - huiszoeking van hebben gemaakt. Dat er geen sprake was van een huiszoeking had het hof op bladzijde drie van zijn arrest reeds op goede gronden overwogen en beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/658ff421c7fc3119fe202500742c7186a6e3ca89585179683ce59bcbe7c26881. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 658ff421c7fc3119fe202500742c7186a6e3ca89585179683ce59bcbe7c26881, en de alinea staat in dat document op bytes 5169 tot 6438.