Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990
Onder 4.51. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990, ECLI:NL:PHR:1990:13.
Ik ben geneigd deze onjuistheid als een grensgeval te beschouwen (weliswaar was in het hiervóór onder 4.4 beschreven geval de onjuistheid niet groter dan ruim 33 %, maar toen was de leer van de betrekkelijk aanzienlijke onjuistheid nog niet ten volle tot ontwikkeling gekomen; ik zou voorts het hiervóór onder 4.15 beschreven geval, waarin de onjuistheid slechts ruim 30 % beliep, buiten beschouwing willen laten: dit, uit de bezettingstijd daterende, arrest lijkt mij in zijn gestrengheid een terugval in de ontwikkeling) en zou, waar het erom gaat of de aangifte in haar geheel al dan niet als gedaan - met een groot woord: al dan niet als nietig - aangemerkt moet worden, aan de voor de belastingplichtige gunstige zijde van de grens willen blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751, en de alinea staat in dat document op bytes 62848 tot 63617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751 | shasum -a 256