Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990, ECLI:NL:PHR:1990:13.

"(blz. 78) ( ... ) dat ten deze vaststaat: dat belanghebbende ( ... ) in zijn aangiftebiljet ( ... ) heeft aangegeven als zuiver inkomen f 3.697,45; dat belanghebbende ( ... ) bij zijn beroepschrift ( ... ) de hoegrootheid van het inkomen becijferde, daarbij vermeldend, dat hij verzuimd had in zijn aangifte te vermelden, dat hij f 65 had ontvangen als rente ( ... ); dat de raad van beroep (blz. 79) bij de bestreden uitspraak overwoog: "dat belanghebbende de volgens hoofdstuk VIII I. B. vereischte aangifte niet deed ( ... )"; ( . . . ) O. (. . . ) : dat, nu belanghebbende, die overigens eene behoorlijke aangifte deed, verzuimde daarbij slechts een luttel bedrag voor ontvangen rente te vermelden, niet mag worden aangenomen, dat belanghebbende in gebreke bleef de volgens hoofdstuk VIII I. B. vereischte aangifte in den zin van art. 80 dier wet te doen ( ... )"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751, en de alinea staat in dat document op bytes 13487 tot 14368.