Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Onder 4.9. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990, ECLI:NL:PHR:1990:13.

"( ... ) dat belanghebbende in cassatie ( ... ) aanvoert, dat ( ... ) hij niets heeft verzuimd om tot een zuiveren aanslag in de belasting te kunnen komen; ( ... ) dat deze grief faalt, als in strijd met de feitelijke beslissing van den raad van beroep, dat belanghebbende heeft gezwegen over de bron van inkomen: het leven van zijn vrouw van ontucht, terwijl hij zeer wel geweten moet hebben, dat juist deze bron in belangrijke mate tot zijn totaal inkomen bijdroeg ; dat de raad, die kennelijk oordeelt, dat belanghebbende bedoelde bron van inkomen opzettelijk heeft verzwegen en derhalve in strijd met art. 49 I. B. het aangiftebiljet niet naar waarheid heeft ingevuld, met juistheid heeft beslist, dat belanghebbende de volgens hoofdstuk VIII dier wet vereischte aangifte niet heeft gedaan ( ... )"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751, en de alinea staat in dat document op bytes 16647 tot 17525.