Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Onder 4.10. Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 1990, ECLI:NL:PHR:1990:13.

"( ... ) dat 's raads uitspraak is opgebouwd op de navolgende beslissingen: 1. dat uit het aanschaffen en houden van een automobiel in het jaar 1930 - behoudens tegenbewijs - het vermoeden voortvloeit, dat belanghebbende inkomsten heeft genoten uit een of meer bronnen van inkomen boven de f 1.723,80, die hij ( ... ) zou verdiend hebben; 2. dat dit tegenbewijs niet geleverd is; ( ... ) 5. dat, eenmaal vastgesteld, dat belanghebbende ( ... ) nog andere bronnen van inkomen had dan die, welke hij op zijn aangiftebiljet vermeldde, hij niet de volgens hoofdstuk VIII vereischte aangifte heeft gedaan, hetgeen ingevolge art. 80 medebrengt, dat de aanslag gehandhaafd wordt, tenzij den raad gebleken is, dat en in hoever hij onjuist is; ( ... ) dat in de beslissing onder 5 ( ... ) art. 80 op de vastgestelde feiten alleszins juist is toegepast ( ... )"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85f1a53c3aa8c4c935670f5f99454a762e3470cdb6abf36411a5ccb4065d0751, en de alinea staat in dat document op bytes 17707 tot 18571.