Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:14.
Aangevoerd wordt, dat het Hof (gelet op het desbetreffende verweer) onvoldoende gemotiveerd althans ten onrechte heeft aangenomen, dat hier sprake was van verduistering. Gesteld was dat requirant solvabel was, derhalve het geld had kunnen betalen en evenmin de wil had het geld niet te betalen, waarop het Hof respondeerde, dat nochtans van verduistering (wederrechtelijke toeëigening) sprake was, omdat het in strijd was met de aard van de betaling dat requirant het geld niet aan cliënt doorbetaalde. Het komt mij voor, dat 's Hofs redengeving in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen begrijpelijk is, en geredelijk het gedrag van requirant als wederrechtelijke toeëigening heeft kunnen aanmerken. Requirant heeft immers volgens de bewijsmiddelen dat geld in oktober 1983 ontvangen en had het op 20 februari 1986 nog niet aan de cliënt doorbetaald. Hij verklaart (zie p.3 van het arrest) dat hij, als hij geld meteen had doorbetaald, hij vreesde met liquiditeitsproblemen ten opzichte van anderen te komen zitten: de solvabiliteit was blijkbaar toch niet zo rooskleurig. Verder verklaart hij aldaar, dat hij het geld op zijn financieringsrekening liet storten om op die manier niet zo'n (hoog) bedrag aan rente te hoeven te betalen. M.a.w. het is duidelijk, dat requirant van dat geld als ware hij hiervan heer en meester al die tijd heeft beschikt. Vgl. hieromtrent nog Noyon- Langemeijer III p. 1062 ev. En daarvoor kreeg hij het niet onder zich. Of, om met het Hof te spreken, dat was in strijd met de aard van de betaling en met het recht krachtens hetwelk hij het onder zich had (en kon mitsdien zijn optreden geredelijk als toeëigeningsgedrag worden aangemerkt).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4d77475f98e00e2ebceb9204a461273bd5afc423d0341bbe1c9d042dff049c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4d77475f98e00e2ebceb9204a461273bd5afc423d0341bbe1c9d042dff049c0, en de alinea staat in dat document op bytes 5083 tot 6775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4d77475f98e00e2ebceb9204a461273bd5afc423d0341bbe1c9d042dff049c0 | shasum -a 256