Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 1990, ECLI:NL:PHR:1990:14.

In deze zaak waarin het Hof, afgezien van de bewijsvoering en de opgelegde straffen en derzelver motivering bevestigend het vonnis van de Rechtbank, requirant heeft veroordeeld ter zake van "verduistering, gepleegd door hem die het geld uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft" (requirant, advocaat, kreeg een bedrag van f 375.000,- onder zich van een assurantiemaatschappij ten einde het aan een cliënt van deze uit te betalen, doch wendde dat geld voor andere doeleinden aan) tot gevangenisstraf voor de tijd van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk (proeftijd 2 jaren + bijzondere voorwaarde), tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens hem één middel van cassatie voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4d77475f98e00e2ebceb9204a461273bd5afc423d0341bbe1c9d042dff049c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4d77475f98e00e2ebceb9204a461273bd5afc423d0341bbe1c9d042dff049c0, en de alinea staat in dat document op bytes 4293 tot 5034.