Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990, ECLI:NL:PHR:1990:2.

Het in het vierde boek van het Burgerlijk Wetboek neergelegde systeem , dat op het onderhavige punt de rechten en verplichtingen van de verhuurder en de huurder regelt, is kort gezegd het volgende. Ingevolge art.1586 aanhef en onder 2 o is de verhuurder verplicht het verhuurde te onderhouden in zodanige staat, dat het tot het gebruik waartoe het verhuurd is, dienen kan. Die verplichting is uitgewerkt in art. 1587 lid 2, waarin staat dat de verhuurder aan het verhuurde goed gedurende de huurtijd alle reparaties moet laten doen welke noodzakelijk mochten worden, met uitzondering van die waartoe de huurder verplicht is, Dit laatste - zo op het oog een cirkelredenering opleverende - vindt men uitgewerkt in art.1619: "geringe en dagelijkse reparatiën" zijn voor rekening van de huurder, aldus het eerste lid. In het tweede lid worden, "bij gebreke van overeenkomst , een aantal voorbeelden genoemd die in elk geval als zulke reparaties hebben te gelden, waaraan wordt toegevoegd "al hetgeen verder door het plaatselijk gebruik daaronder begrepen wordt".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab85425aaee4c92c9f0f673adca35f2a2e867d88b0e791743a70751c4f857769. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab85425aaee4c92c9f0f673adca35f2a2e867d88b0e791743a70751c4f857769, en de alinea staat in dat document op bytes 11056 tot 12357.