Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990

Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 1990, ECLI:NL:PHR:1990:2.

Het komt mij voor dat dit ook als geldend recht kan worden beschouwd . Overigens blijkt reeds uit de formulering van een deel van de inhoud van dit overmachtsbegrip ("in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze niet zijn te vergen") dat wij hier in de buurt komen van het ook toepasbare algemene beginsel dat de redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat de huurder niet van de verhuurder nakoming van een uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting kan verlangen (art. 1374 BW/art.6:2 en 6:248 NBW) , terwijl bovendien gedacht kan worden aan de mogelijkheid van wijziging van de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden (art.1374 BW/art.6:258 NBW) . Ik laat het onderscheid tussen de hier genoemde rechtsfiguren nu verder rusten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab85425aaee4c92c9f0f673adca35f2a2e867d88b0e791743a70751c4f857769. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab85425aaee4c92c9f0f673adca35f2a2e867d88b0e791743a70751c4f857769, en de alinea staat in dat document op bytes 18725 tot 19694.