Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 december 1990, ECLI:NL:PHR:1990:3.
De rechtbank kan zich met dat standpunt niet verenigen. Er is geen enkele aanwijzing dat de huiszoeking van 29 mei 1985 toen als niet voltooid werd beschouwd of dat toen enig voornemen bestond de zoeking na een korte onderbreking voort te zetten. De zoeking moet dan ook als op die dag afgesloten worden beschouwd en de huiszoeking van 20 juni 1985 was een geheel nieuwe. Daarvoor was een nieuw verlof vereist, nu niets is gebleken van een dringende noodzakelijkheid als bedoeld in artikel 111 tweede lid Wetboek van Strafvordering en een dergelijke noodzakelijkheid ook door rechter-commissaris noch officier van justitie is ingeroepen. De bij de huiszoeking van 20 juni 1985 in het pand [b-straat 1] aangetroffen en in beslag genomen voorwerpen kunnen dan ook niet als rechtmatig vergaard bewijsmateriaal worden aangemerkt'' (bijlage cassatieberoepschrift blz. 2/3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77, en de alinea staat in dat document op bytes 11700 tot 12582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a3d2f0f02b8d108fa2fe540d824056db970704834d4e58beec454fdbd0a94f77 | shasum -a 256